Elizabeth en onbekende
Plaats in de kerk: priesterkoor, rechts
Raymundus van Bergen, 1921-1925, gewijzigd 1969
Het verhaal
Elisabeth van Thüringen wordt geboren in 1207 als dochter van koning Andreas II van Hongarije en zijn vrouw Gertrudis. In haar vierde levensjaar wordt zij gekoppeld aan Lodewijk, zoon van de Thüringse landgraaf, en op de Wartburg bij Eisenach samen met hem grootgebracht. In 1221 trouwen zij en er worden uit hun huwelijk drie kinderen geboren.
Tijdens de hongersnood van 1226 staat Elisabeth armlastigen terzijde. Hoewel Lodewijk haar de wacht aanzegt, gaat zij door met het bakken en uitdelen van brood. Op een dag komt hij haar op straat tegen en ziet dat haar schort gevuld is. Hij laat haar het schort openen, maar in plaats van broden liggen er rozen in.
Aan het huwelijk komt abrupt een eind als Lodewijk een jaar later op kruistocht aan de pest sterft. Omdat ze Lodewijk gezworen had nooit meer met een ander te trouwen, weigert ze een huwelijksaanzoek van haar zwager. Deze neemt haar kinderen af en ook alle bezittingen worden haar ontnomen, met inbegrip van de Wartburg.
Elisabeth wordt lid van de Derde Orde van St.-Franciscus en houdt zich bezig met de zorg voor zieken in het hospitaal dat ze in Marburg laat bouwen. Op 24-jarige leeftijd sterft ze. Vier jaar later wordt ze heilig verklaard en boven haar graf in Marburg wordt een naar haar genoemde kerk gebouwd. Talloze ziekenhuizen worden later naar haar genoemd.
De afbeelding
Voor de staande Elisabeth ligt een kreupele man op zijn knieën. Zijn rechterhand omklemt zijn kruk, onontbeerlijk om zich te kunnen voortbewegen. Zijn andere hand reikt naar het brood, dat de weldoenster hem aanreikt. Zijn uitgemergelde gezicht en armen tonen aan dat hij moet leven van aalmoezen. Een groene overslagdoek bedekt nauwelijks zijn schaars geklede lijf.
Elizabeth is van rijke afkomst en gehuld in mooie kleding, maar zij schroomt niet zich dienstbaar te maken aan de nood van de arme medemens. Haar houding, het hoofd enigszins gebogen naar de kreupele man, en haar meelevende gezichtsuitdrukking laten dat hier duidelijk zien.
De afbeelding
Kruiselings houdt deze jonge, heilige vrouw haar handen voor de borst. Zij richt haar blik recht vooruit. Haar lange lichtgroene gewaad reikt tot aan haar schoeisel. Om haar middel is een oranjekleurig lint gestrikt. Op haar eveneens lichtgroene sluier, die haar haren volledig bedekt, rust een strakke band. Haar hals wordt bedekt door een lichtgele kindoek. De nimbus (stralenkrans om het hoofd van een heilige) is rood.
volgende : twee onbekende heiligen
vorige : onbekende en Vincentius