Petrus
Plaats : in de pastorie
Frans Slijpen,1951
Petrus heette oorspronkelijk Simon. Hij is de eerste onder de apostelen en de plaatsbekleder van Jezus na diens Hemelvaart. Deze vooraanstaande positie krijgt hij van Jezus zelf, die hem de rots noemt waarop hij zijn kerk bouwt (de naam Petrus betekent rots) en hem de sleutels van het koninkrijk van de hemel toevertrouwt. Petrus met zijn sleutels is de poortwachter van de hemel.
Geen andere apostel komt in de evangeliën zo vaak voor als Petrus. In een van de bekendste verhalen voorspelt Jezus dat Petrus hem driemaal zal verloochenen voordat de haan heeft gekraaid. Petrus weerspreekt dit, maar de voorspelling komt uit: driemaal achtereen zegt hij zijn meester niet te kennen. Hij is vol berouw over deze leugen. Deze gebeurtenis gaat vooraf aan de berechting en kruisiging van Jezus.
Petrus trekt rond om de boodschap van Jezus te verkondigen en belandt zo in Rome. Daar wordt hij in het jaar 64 door keizer Nero gekruisigd, op eigen verzoek met het hoofd naar beneden. Het verhaal gaat dat hij niet hetzelfde terechtgesteld wilde worden als Jezus, want dat zou te eervol zijn geweest. Op de plaats van zijn graf laat keizer Constantijn in 324 de St.-Pieter bouwen. Petrus wordt door de Katholieke Kerk als de eerste paus gezien.
De afbeelding
Petrus, in vuurrood gewaad, staat als een kruis met de armen gespreid. In zijn rechterhand draagt hij de Pauselijke kerk Sint Pieter te Rome. De sleutel van de hemelpoort houdt hij in de linkerhand. Hij zweeft op wolken, is niet aards meer, maar dicht bij de hemel waarvan de toegang via hem zal gaan. Zijn gezicht straalt gelukzalige trots uit over de eer die hem ten deel valt.
vorige : kroning van Maria