St. Franciscus
Plaats in de kapel: apsis priesterkoor links
Atelier F. Nicolas en Zonen, ca 1912
Het verhaal
Franciscus van Assisi wordt in 1181 geboren in Assisi, in de Italiaanse streek Umbrië. Zijn eigenlijke naam luidt Giovanni, maar zijn vader, een lakenkoopman die op dat moment in Frankrijk verblijft, geeft zijn zoon de koosnaam Francesco (Fransman). Franciscus groeit op in welstand en heeft een uitgebreide vriendenkring. Door krijgsgevangenschap en ziekte verandert zijn kijk op het leven. Hij komt erachter dat hij alleen God werkelijk kan vertrouwen en raakt aangedaan door het lot van armlastigen en melaatsen.
In Assisi restaureert hij eigenhandig het vervallen kerkje San Damiano, volgens de legende nadat een sprekend kruisbeeld hem hierom had gevraagd. Voor de restauratie van het kerkje gebruikt hij middelen van zijn vader zonder daarvoor toestemming te vragen. Dit leidt tot ruzie en uiteindelijk neemt hij een radicale beslissing: hij doet afstand van al zijn bezit, zelfs van zijn kleding.
Vanaf 1209 trekt hij rond in de omgeving en predikt de liefde voor God, mensen, dieren en de natuur in het algemeen. Iedereen die zijn pad kruist, spreekt hij aan als broeder of zuster. Velen sluiten zich bij hem aan. Zij vestigen zich in Portiuncula, buiten Assisi. Franciscus sticht daar het eerste franciscaner klooster met de bijbehorende leefregel van armoede en soberheid. De franciscanen (ook minderbroeders genoemd) verspreiden zich over heel Europa, later ook over andere continenten. In 1228, twee jaar na zijn dood, wordt Franciscus heilig verklaard door paus Gregorius IX.
Franciscus is bijna altijd afgebeeld met stigmata. Dat zijn wondtekens op handen, voeten en in de zij die overeenkomen met de wonden die Jezus zijn toegebracht toen hij werd gekruisigd. Het verhaal gaat dat sommige diepgelovigen zich zodanig met de lijdende Jezus identificeren dat zij van hem de stigmata ontvangen.
De afbeelding
Het tafereel speelt zich af in een bergachtig landschap. Franciscus in de linker raamhelft, met nimbus draagt een eenvoudige bruine pij. Zijn hoofd heeft de voor kloosterlingen karakteristieke tonsuur (kruinschering). In de uiteinden van zijn gordel zitten drie knopen als herinnering aan de kloostergeloften van armoede, kuisheid en gehoorzaamheid. Aan zijn voeten draagt hij sandalen.
Franciscus knielt voor een visioen van de gekruisigde Jezus, van wie hij de stigmata heeft ontvangen. Op zijn handen springen deze stigmata het duidelijkst in het oog. De voeten blijven door de lichaamshouding van de heilige, maar ook door een brugstaaf van het raam, grotendeels buiten beeld. Op de rechtervoet is het wondteken toch met enige moeite te herkennen. In de pij heeft de stigmatisatie een scheurtje veroorzaakt ter hoogte van de zijdewond. De figuur in de achtergrond is broeder Leo, een van zijn eerste volgelingen.
De gekruisigde Jezus in de rechter raamhelft verschijnt als een seraf, dat wil zeggen een engel met zes vleugels, beschreven door de profeet Jesaja. Twee vleugels bedekken als een lendendoek het onderlichaam, twee dienen om het gezicht te bedekken en twee om mee te kunnen vliegen. De aanblik wordt nog wonderlijker door de stralende mandorla (krans van licht in de vorm van een amandel) achter het kruis en door de kruisnimbus (lichtkrans rond het hoofd).
Merkwaardig is dat het kruis in de grond is geplant, terwijl Jezus bij de stigmatisatie meestal zwevend schuin boven Franciscus verschijnt. Ook de gebruikelijke stralen die uit Jezus wonden tevoorschijn komen en Franciscus treffen, ontbreken op het raam. En ten slotte wordt broeder Leo doorgaans lezend of alleen maar toekijkend weergegeven, zelden biddend, zoals hier. Waarschijnlijk was het de bedoeling Franciscus vooral als navolger van Jezus te presenteren en niet zozeer de feitelijke stigmatisatie te tonen.
De rode en witte bloemen die aan de voet van het kruis groeien, verwijzen respectievelijk naar passie (lijden) en zuiverheid.
- meer informatie
volgende : Bethlehem
vorige : de glazenier