Heilig Hart
Plaats in de kerk: priesterkoor, linkervenster
Frans Nicolas en Zonen, Roermond, 1906
Het verhaal
het begin van de twintigste eeuw hoogtij, zoals blijkt uit de talrijke Heilig-Hartbeelden die ook tegenwoordig nog in katholieke streken te vinden zijn. Ook in veel katholieke gezinnen was voor huisdevotie een Heilig-Hartbeeld aanwezig, meestal van gips.
Dat dit symbool van Jezus liefde en barmhartigheid destijds zo stevig verankerd raakte in het katholieke geloofsleven is door sommige historici in verband gebracht met de sociale kwestie. In reactie op het ontstaan van een arbeidersklasse met bijkomende sociale problematiek werd krachtig geappelleerd aan naastenliefde op christelijke grondslag. Men verweerde zich als het ware onder de vlag van het Heilig Hart tegen ontkerkelijking en socialisme.
De oorsprong van de verering ligt in het Franse Paray-le-Monial, waar Jezus rond 1675 verschillende malen aan de kloosterlinge Margaretha-Maria Alacoque zou zijn verschenen met de opdracht de devotie tot zijn hart te bevorderen.
Halverwege de negentiende eeuw werd een kerkelijke feestdag ter ere van het Heilig Hart ingesteld.
De afbeelding
Op het raam zien we Margaretha-Maria Alacoque, knielend op de trede van een suppedaneum (de verhoging waar in de kerk het altaar op staat), terwijl zij in een visioen Jezus ziet. Ze draagt een donker habijt met witte kindoek. Voor haar ligt een opengeslagen boek, dat echter grotendeels schuilgaat achter de raamstijl. De nimbus, een krans van licht rond het hoofd, laat zien dat Margaretha-Maria heilig is verklaard. Boven haar hoofd hangt een koperen kroonluchter.
Jezus is herkenbaar aan zijn jonge, vriendelijke gelaat met baardje, lange haarlokken, de wonden op zijn handen en een kruisnimbus. Hij draagt een blauw onderkleed en rood, witgevoerd bovenkleed. Met beide handen wijst hij naar zijn hart, dat midden op zijn borst brandt van liefde. Het hart wordt omringd door een doornenkroon, een verwijzing naar het lijden aan het kruis. (Men zette Jezus na zijn berechting een van doornen gevlochten kroon op het hoofd om hem bespottelijk te maken.)
Om het bovennatuurlijke van de situatie te benadrukken, zweeft Jezus op een wolk, net boven de grond, hier vormgegeven als een sierlijke slinger. Bovendien wordt hij omgeven door een mandorla, een amandelvormige stralenkrans.
De scène wordt onder en boven begrensd door architecturale motieven in gotische stijl. In de vierpas, helemaal boven in het venster, zijn gestileerde versieringen aangebracht, onder andere witte en rode bloemmotieven.
Het raam vertoont qua compositie en detaillering zeer grote overeenkomsten met een raam uit 1895 in de H. Maria Magdalenakerk te Geffen. Dit demonstreert dat firmas als F. Nicolas & Zonen niet steeds unieke kunstwerken wilden scheppen, maar vaak met een voorbeeldenbestand werkten en zodoende productiewerk leverden.
meer informatie over H. Hart-verering
volgende : Cunera en Willibrordus
vorige : Maria Boodschap