St.Willibrorduskerk Heeswijk

wonderbare visvangst


Plaats in de kerk: rechterzijbeuk; rechterdeel venster
ontwerp : Daan Wildschut, 1952; uitvoering atelier Flos, Steijl

Het venster bestaat uit drie delen. De hoofdscène behandelt het sacrament van het priesterschap met een afbeelding van het Laatste Avondmaal. Ook de scènes aan weerszijden hiervan – de hemelvaart van Jezus en de wonderbare visvangst – verwijzen naar dit sacrament.

Het verhaal

Simon (=Petrus) en de broers Jacobus en Johannes zijn vissers. In het evangelie van Lukas lezen we dat zij de hele nacht hebben gevist op het meer van Genesaret zonder iets te vangen. Jezus vraagt Simon naar diep water te varen. Daar vangen zij zoveel vis dat de netten dreigen te scheuren. Jacobus en Johannes schieten met hun boot te hulp. De boten zinken bijna door de enorme vangst.

Simon en de anderen zijn verbijsterd over de hoeveelheid vis die ze hebben gevangen. Jezus zegt tegen Simon: “Wees niet bang, voortaan zul je mensen vangen.” Deze uitspraak maakt duidelijk dat de vissers hun vertrouwde leven zullen opgeven om Jezus te volgen en mensen te bekeren.

De evangelist Johannes beschrijft de wonderbare visvangst als een verschijning van Jezus bij het Meer van Tiberias. De apostelen herkennen Jezus, die op de oever blijft staan, niet meteen. Nadat de netten vol vis aan land getrokken zijn, zegt hij tegen Petrus: “Weid mijn lammeren” en “Hoed mijn schapen”, om aan te geven dat Petrus zijn plaatsbekleder is geworden.

De afbeelding

Twee vissers varen in hun bootje op het meer. Petrus, met opgestroopte mouwen, knielt om het overvolle net uit het water te halen. Hij kan het met moeite torsen, zoveel vis zit erin. Of misschien sleept hij het net vol vis wel achter zich aan, omdat het te zwaar is om binnen te halen. De boot is al helemaal gevuld met vis.

Achter Petrus kijkt een visser met roeispaan, misschien Jacobus, ongelovig naar de overvloedige visvangst.

- meer informatie

volgende : Christus in de wijnpers
vorige : priesterschapraam : Laatste Avondmaal