St.Sebastianuskerk Herpen

Maria Hemelvaart


Plaats in de kerk: Mariakapel
Max Weiss, 1962
Rechtsonder gesigneerd en gedateerd

De ramen in de Mariakapel zijn aangeboden bij het zilveren priesterjubileum van J.K.N.M. van Vugt. Hij was pastoor in Herpen van 1957 tot 1964.

Het verhaal

Zowel in de oosters-orthodoxe als in de rooms-katholieke kerk worden de tenhemelopneming en de kroning van Maria door God en Christus beschouwd als ultiem eerbewijs aan haar.

Over haar dood bestaan verhalen die men apocrief noemt, dat wil zeggen: niet erkend door het kerkelijk gezag. Er gaan verhalen, dat Maria tussen 36 en 50 jaar na Christus gestorven is. Dat kan in Jeruzalem zijn geweest of in Ephese. De apostelen, op Thomas na, zouden bij haar overlijden aanwezig zijn geweest en haar begraven hebben.

Thomas, teruggekeerd, gaat naar haar graf. Hij zou daar getuige zijn geweest van de tenhemelopneming van Maria. Zij zou daarbij haar gordelriem aan hem geschonken hebben als bewijs. Zijn medeapostelen geloven hem niet en gaan naar Maria’s graf om te controleren wat hij heeft gezegd. Dat blijkt leeg te zijn.

De afbeelding

Op het raam in de St.-Sebastianuskerk zijn tenhemelopneming en kroning in één scène samengevoegd. De symmetrie van de compositie geeft het raam een verheven uitstraling, passend bij de gebeurtenis.

Maria, gekleed in blauw en wit, zweeft omhoog op een wolk. Zij houdt haar handen eerbiedig gekruist voor zich en kijkt serieus, onder de indruk van wat haar overkomt. In de hemel wacht haar een ontvangst door de goddelijke Drie-eenheid: God de Vader, God de Zoon, beiden tronend op een wolk, en de Heilige Geest in de gedaante van een witte duif. Door de felrode achtergrond vormt de Heilige Geest een krachtig accent in de compositie.

God de Vader, rechts, houdt met zijn rechterhand de gouden kroon boven het hoofd van Maria. In zijn linkerhand heeft hij de scepter, symbool van zijn heerschappij over hemel en aarde. Jezus Christus strekt zijn linkerhand uit naar de kroon om samen met God de Vader zijn moeder tot hemelse koningin te kronen. Zijn rechterhand houdt het houten kruis vast waaraan hij gestorven is; de wonden in zijn handen en voeten zijn duidelijk zichtbaar.

Links en rechts van Maria begeleidende engelen. De engel links draagt een banderol met daarop het woord ‘heilig’. Achter zijn paarse vleugels de volgende tekst: ‘Maria Koningin machtig’. De engel rechts lijkt de woorden te roepen die naast zijn linkerhand te lezen zijn: ‘Gij[?] God trek ons naar U’.

De twee musicerende engelen boven in het raam luisteren de kroning op: de ene bespeelt een aulos (muziekinstrument met twee blaaspijpen), de andere twee cimbalen. Geheel boven een lint met opschrift: ‘Opneming en kroning van Maria’. Rechtsonder bevindt zich het schepenzegel van Herpen. Het bestaat uit twee wapenschilden waarboven zich een zwaan verheft.

volgende : smeekbeden tot Maria : toevlucht

vorige : 12-jarige Jezus in de tempel