de verering van St Lambertus
Lambertus, geboren rond 635, is bisschop van Maastricht in een turbulente tijd met veel politieke problemen tussen adel en Kerk. Zijn voorganger, Theodardus, is in 672 in een bos op weg naar huis vermoord, waar vermoedelijk de hofmeier (hoofd van een hofhouding) Ebroïn de hand in heeft gehad. Lambertus wordt in 675 als bisschop afgezet door de adel en trekt zich gedurende zeven jaar terug in het klooster van Stavelot bij Malmédy.
Pepijn, de nieuwe hofmeier en een overtuigd christen, haalt Lambertus terug naar Maastricht. Als de bisschop bij Pepijn aan tafel wordt genodigd, komt hij naast een hem onbekende dame te zitten, Alpaïs. Pepijns vrouw is niet aanwezig. Op Lambertus vraag naar de reden, zegt Pepijn voorlopig de voorkeur te geven aan deze vrouw. Lambertus kapittelt Pepijn hierover; hij zou als christen het goede voorbeeld moeten geven. Pepijn belooft beterschap.
Als Lambertus weer bij Pepijn te gast is, merkt hij dat Alpaïs nog steeds de plaats inneemt van de wettige echtgenote. Lambertus ontzegt Pepijn de toegang tot de kerk zolang deze situatie voortduurt. Pepijn voelt zich te schande gezet en betert zijn leven, maar Alpaïs zint op wraak. Zij laat Lambertus doden als hij bij het graf van zijn voorganger Theodardus aan het bidden is. Een zwaard klieft zijn schedel. Begin achtste eeuw verplaatst zijn opvolger Hubertus de relieken van Lambertus naar Luik.
Lambertus wordt genoemd in de legende van St. Oda (van St.-Oedenrode), dochter van koning Childebert. Zij is vanaf haar geboorte blind. Op een dag meldt zich een pelgrim aan het paleis. Hij vertelt dat veel blinden na gebed bij de relieken van de H. Lambertus in Luik worden genezen en kunnen zien. Oda gaat naar Luik en wordt inderdaad genezen van haar blindheid. De heilige zelf zou aan haar verschenen zijn.
meer informatie :
volgende : Eligiusbedevaart
vorige : de glazeniers