Everarduskapel, Megen

Everardus en Maria


Plaats in de kapel: rechts, rechtervenster
Jan Vaessen, 1955

Het verhaal

Everardus wordt gezien als een zorgzame broeder die zichzelf wegcijfert en er eer in stelt een ander te helpen. Iedereen die steun nodig heeft, kan op hem rekenen. Zijn devotie tot Maria, de zorgzame moeder van Jezus, is op dit raam gekoppeld aan zijn eigen zorgzaamheid.

De afbeelding

Rechts staat broeder Everardus als kok, met een wit voorschoot, die drie jonge gasten een kom eten heeft gegeven. De rechtergast kijkt verrukt naar zijn dampende kom. Links is een poort te zien als teken van een warm welkom, wellicht de kloosterpoort die Everardus als portier zo vaak heeft geopend.

Linksboven zweeft Maria, een stralend witte verschijning, op een wolk die zich heeft genesteld in een boom. Zij is blootsvoets en aan haar polsen hangt een rozenkrans, een gebedssnoer met kralen. Deemoedig houdt zij haar hoofd iets gebogen en de ogen gesloten. Om haar hoofd staat een krans van sterren.

De boom zou kunnen verwijzen naar de ‘boom van kennis van goed en kwaad’ uit het scheppingsverhaal (Genesis). Doordat de eerste vrouw, Eva, eet van de verboden vrucht uit deze boom, komt de zonde in de wereld. Maria, de moeder van Christus, is de ‘nieuwe Eva’, want zij is vrij van zonden.

vorige: Broeder Everardus en Christus