St.Servatius Megen

verspieders


Plaats in de kerk: priesterkoor, rechts, scène onder
Atelier F. Nicolas en Zonen, 1898-1899

Het raam bestaat uit twee scènes, omkaderd met gotische motieven. De scène onder, de verkenners van Kanaän, verwijst naar het sacrament van het doopsel, dat erboven is afgebeeld. De rest van het raam bestaat uit ornamentvlakken.

Het verhaal

De profeet Mozes leidt het volk Israël uit de ballingschap in Egypte naar Kanaän, het door God beloofde land. Als ze het land naderen, zendt Mozes twaalf verkenners uit.

Hun opdracht, beschreven in het Bijbelboek Numeri, luidt: ‘Ga eerst door de Negev en dan de bergen in, en kijk hoe het land is, of de bevolking sterk is of zwak en of er veel of weinig mensen wonen. Kijk of het land bewoonbaar is of onherbergzaam en hoe de bevolking woont, in gewone dorpen of in vestingsteden, en kijk of de grond vet is of schraal, en of er bomen groeien of niet. En probeer vooral ook vruchten uit het land mee te nemen.’

Na hun terugkeer vertellen tien verkenners over een ontoegankelijk land, bewoond door een sterk volk. Twee verkenners, Kaleb en Jozua, melden daarentegen dat het land overvloeit van melk en honing, en zij tonen een meegetorste druiventros van enorme omvang. De Israëlieten worden echter bang door de negatieve verslagen van de anderen en hebben geen vertrouwen in wat God hun via Mozes heeft beloofd.

God straft het volk voor het gebrek aan vertrouwen door het veertig jaar lang in de woestijn te laten rondzwerven. Iedereen van twintig jaar en ouder komt hier om het leven, behalve Kaleb en Jozua. Uiteindelijk leidt Jozua, de opvolger van Mozes, het overgebleven volk alsnog naar het beloofde land.

De afbeelding

Een bijna manshoge druiventros hangt aan een dikke tak die door twee mannen wordt gedragen. De overdrijving drukt de overvloedigheid van het land dat de mannen hebben verkend, treffend uit. De achterste man gebruikt zijn wandelstok als extra steun. De man voorop draait zijn hoofd naar zijn metgezel en lijkt hem iets te zeggen, gebarend met zijn linkerhand.

Het tafereel geldt onder andere als oudtestamentische voorafbeelding van het doopsel. Kaleb en Jozua tonen de rijkdommen van het beloofde land, omdat zij vertrouwen stellen in God, die hen vervolgens redt. De doopgenade redt de dopeling; hij/zij wordt opgenomen in de gemeenschap van de Kerk.

meer informatie :

volgende : doop in de Jordaan

vorige : doopsel