Kentalisgebouw St. Michielsgestel

Jezus drijft de duivel uit


Plaats in het gebouw: jongenskapel, apsis, rechts
Atelier F. Nicolas en Zonen, ca. 1914

Het verhaal

Matteüs vertelt in zijn evangelie dat Jezus mensen geneest door demonen uit te drijven: “Toen bracht men een blinde bij hem die bezeten was en niet kon spreken, en hij genas hem, zodat hij weer kon spreken en zien.” Omstanders staan versteld van deze genezing en geloven dat Jezus de ‘Zoon van David’ is. De farizeeërs echter denken dat hij de demonen alleen maar kan uitdrijven dankzij Beëlzebul, de ‘vorst der demonen’.

In de Bijbelse tijd dacht men dat aandoeningen als blindheid en stomheid werden veroorzaakt door demonen, dat wil zeggen ‘gevallen engelen’ die door God zijn verbannen uit de hemel. Deze wezens met vleugels, horens en staart zijn boodschappers van de duivel, zoals engelen boodschappers zijn van God.

De afbeelding

Jezus heft bezwerend zijn rechterarm op om de blinde man zonder spraakvermogen te bevrijden van de demonen die hem in zijn macht hebben. De man maakt heftige bewegingen en wordt bijgestaan door de persoon achter hem, die opzij kijkt naar Jezus. Een demon verlaat via de mond het lichaam van de bezeten man.

Er zijn nog twee personen getuige van de uitdrijving. Rechts kijkt een man toe, wellicht een van de farizeeërs die volgens het verhaal de uitdrijving met Beëlzebul (Satan) in verband brengen. Zijn gezichtsuitdrukking is kalm, maar met zijn handen maakt hij drukke gebaren. Achter Jezus staat de apostel Johannes, die niet opkijkt van wat hij ziet. Hij lijkt gewend te zijn aan de genezende gave van zijn meester.

Rechts op de achtergrond zien we de daken van een middeleeuws stadje. Het tafereel is omkaderd door rijke architecturale en florale motieven.

volgende :genezing van een dove
vorige : de glazeniers