St. Petrus' Banden

de verering van Petrus' Banden


Petrus heet oorspronkelijk Simon. Hij is ‘de eerste onder de apostelen’ en de plaatsbekleder van Jezus na diens hemelvaart. Deze vooraanstaande positie krijgt hij van Jezus zelf, die hem de rots noemt waarop hij zijn kerk bouwt (de naam Petrus betekent rots) en hem de ‘sleutels van het koninkrijk van de hemel’ toevertrouwt. Petrus met zijn sleutels is de poortwachter van de hemel.

Geen andere apostel komt in de evangeliën zo vaak voor als Petrus. In een van de bekendste verhalen voorspelt Jezus, dat Petrus hem driemaal zal verloochenen voordat de haan heeft gekraaid. Petrus weerspreekt dit, maar de voorspelling komt uit: driemaal achtereen zegt hij zijn meester niet te kennen. Hij is vol berouw over deze leugen. Deze gebeurtenis gaat vooraf aan de berechting en kruisiging van Jezus.

Petrus trekt rond om de boodschap van Jezus te verkondigen en belandt zo in Rome. Daar wordt hij in het jaar 64 door keizer Nero gekruisigd, op eigen verzoek met het hoofd naar beneden. Het verhaal gaat, dat hij niet hetzelfde terechtgesteld wilde worden als Jezus, want dat zou te eervol zijn geweest. Op de plaats van zijn graf laat keizer Constantijn in 324 de Sint Pieter bouwen. Petrus wordt door de Katholieke Kerk als de eerste paus gezien.

In de apsis, boven de straalkapel van Sint Sebastianus, bevinden zich drie gebrandschilderde glas-in-loodramen met in elk raam vier verhalen uit het leven van Petrus

De kerk is gewijd aan Sint Petrus’ Banden. Banden duidt op boeien. Deze benaming wijst op een van de verhalen over hem.

Het verhaal

Koning Herodes laat enkele leden van de christelijke gemeenschap gevangennemen en mishandelen. Niet alleen Jacobus de Meerdere, een van de apostelen (volgelingen van Jezus) wordt aangehouden en door het zwaard ter dood gebracht, maar ook Petrus. Hij zal echter eerst in het openbaar berecht worden. Om ontsnapping te voorkomen wordt hij aan twee bewakers vastgeketend.

In de nacht voor zijn voorgeleiding verschijnt er een engel. Een stralend licht vult de kerker. Petrus wordt gewekt en op hetzelfde moment vallen de ketenen (boeien) van zijn handen. Samen met de engel kan hij ontsnappen, maar hij denkt aanvankelijk dat hij een visioen heeft. Pas als hij buiten is, beseft hij dat hij werkelijk is gered door God.

De donkereikenhouten kansel staat als aantrekkelijk eiland op het rechter kruispunt van priesterkoor en zuidelijk transept. Deze is afkomstig uit de voormalige Sint Pieterskerk in ’s-Hertogenbosch. Henricus de Groot uit Ammerzoden heeft de kansel midden 19e eeuw in atelier Rutten te Antwerpen vervaardigd.

Het tafereel onder de kuip van de kansel is passend bij deze kerk. Petrus is door een engel bevrijd van zijn boeien, zijn banden dus. De soldaten links en rechts zijn in diepe slaap. Petrus staat enigszins wankel op zijn zojuist bevrijde benen, maar hij vindt steun bij de engel. Dankbaar wendt hij zijn gezicht naar zijn bevrijder. Deze stapt op de eerste trede naar beneden en met zijn linkerhand nodigt hij Petrus uit om hem te volgen, weg uit de kerkercel.
De getraliede vensters zijn goed te zien, maar vooral de zware, gesloten deur waartegen de lans van een van de soldaten staat.
Op de grond voor de deur liggen de ontsloten ketenen, banden, boeien.

meer informatie :

volgende : de wonderbare visvangst

vorige : de glazeniers