Vincentius a Paulo
Plaats in de kapel: achterin hoog in achtergevel; rechts
Glazenier niet bekend
Het verhaal
De heilige Vincentius is in 1576 geboren in Pouy, het huidige St-Vincent-de-Paul, een dorpje bij Dax (Frankrijk). Hij is van eenvoudige afkomst. Op 21-jarige leeftijd vertrekt hij naar Dax om aldaar te gaan studeren aan het college van de Cordeliers, een Franciscaner kloosterorde. Na twee jaar kiest hij voor een studie theologie aan de universiteit in Toulouse. In 1600 wordt hij tot priester gewijd.
Turkse piraten nemen Vincentius tijdens een zeereis gevangen. Hij wordt als slaaf verkocht in Tunis en belandt uiteindelijk bij een heelmeester, die hem humaan behandelt. De kinderloze heelmeester wijst Vincentius aan als zijn erfgenaam op voorwaarde, dat hij moslim wordt. Vincentius weigert, zodat hij na de dood van zijn meester overgaat in handen van diens neef. Deze verkoopt hem aan een voormalig-katholieke Fransman uit Nice, die in Tunis gevestigd is.
Na twee jaar weet Vincentius te ontsnappen en treedt in dienst van Philippe de Gondi, hertog van Joigny, als leermeester voor zijn kinderen. Daarnaast is Vincentius pastoor in Clichy (bij Parijs), en op het platteland. Daar wordt hij geraakt door de bittere armoede.
Hij sticht de Broederschap van Liefde die zich inzet voor de zieke en arme medemens.
De eerste van een reeks Broederschappen van Liefde.
Samen met de echtgenote van de hertog van Joigny sticht hij in 1625 de Congregatie
(kloosterorde) van de Missie in St. Lazare te Parijs. De congregatieleden worden
daarom Lazaristen genoemd. De Congregatie legt zich vooral toe op ziekenverpleging
en missie, het uitdragen van het katholieke geloof.
In 1633 sticht hij de Congregatie Dochters van Liefde, voor vrouwelijke kloosterlingen. Ook deze Congregatie zal naast het verrichten van liefdadigheidswerk, zich ook het lot van wezen en vondelingen aantrekken. De Congregaties verspreiden zich over de rest van Europa.
Vincentius is aangeslagen door de oorlogen die de Europese landen onderling voeren in deze tijd. Vooral het lot van de armen die verjaagd, gedeporteerd of in lijden ten onder gaan, trekt hij zich aan. Hij is een groot pleitbezorger voor de vrede en wendt zich daarbij tot alle staatshoofden van de oorlogvoerende landen. In 1660 overlijdt Vincentius en wordt in 1737 heiligverklaard.
Zijn graf bevindt zich in het Moederhuis (Maison-Mère) van de Lazaristen te Parijs.
De afbeelding
Hier staat de heilige Vincentius à Paulo, het hoofd omlijst met een gouden nimbus. Een gelukzalige uitstraling op zijn gezicht. Op zijn rechterarm zit het kind, dat hij met zijn linkerhand steun geeft. Zijn purperblauwe pij lijkt warmte uit te stralen, te duiden op liefdevolle passie, op innerlijke vrede. De goudgele slip van de draagdoek waarin het kind is omhuld, hangt geplooid langs de monnikspij. Het kind, de handjes gevouwen, kijkt afwachtend maar toch nieuwsgierig naar de toeschouwer. Hij laat zich koesteren in de liefdevolle omarming van Vincentius.
Op de achtergrond zijn de huizen in een stadje te zien rond een plein welke omzoomd is door, nog kale, bomen.
Aan weerszijden van de afbeelding is een versiering aangebracht gelijkend op opgerolde tapijt- of boekrollen. Het geheel van de voorstelling lijkt te rusten op een violette loper met donkere zigzagranden aan beide kanten.
meer informatie :
volgende : kruiswegstaties
vorige : Elizabeth van Thüringen