Andreas en Antonius van Paduakerk Oostelbeers

doopraam


Plaats in de kerk: in de Doopkapel links achter in de kerk
Ontwerp: Charles Eyck; uitvoering: René Smeets
1941-1948

Het verhaal

Het doopsel is een van de zeven sacramenten van de Katholieke Kerk. De dopeling wordt overgoten met doopwater of erin ondergedompeld. Na het doopsel is men bevrijd van de erfzonde en opgenomen in de gemeenschap van gelovigen.

De rooms-katholieke, oosters-orthodoxe en de meeste protestantse kerken kennen de kinderdoop, waarbij een kind zo jong mogelijk wordt gedoopt. In de Katholieke Kerk leeft de overtuiging dat een kind dat sterft voordat het gedoopt is, niet in de hemel kan komen. Een ongedoopt kind werd vroeger apart op het kerkhof begraven. De doop wordt door een priester uitgevoerd, maar in noodsituaties mag iedereen dopen.

De afbeelding

De transparantie van de enigszins licht getinte glasruitjes laten het licht van buiten toe. Binnen- en buitenwereld zijn zodoende verbonden met elkaar.

Centraal in het raam staat het doopsymbool: het blauw van het water, de paarse tinten van de bron en het felrode kruis daaronder. De kleurnuances van het blauw geven een levendig stromend effect aan het water.

De kleur paars kan veel betekenissen uitdrukken: lijden, passie, rouw, maar ook gezag. Het rood van het kruis is in fel contrast met de andere toegepaste tinten in het raam.

meer informatie :

volgende : symboolraam 1

vorige : raam in de achtergevel