Petrus Canisius
Plaats in de kerk: rechterzijde
Piet Koppens, 1946
Het verhaal
Petrus Canisius wordt in 1521 in Nijmegen geboren als Peter Kanis. Hij is een zoon van de burgemeester. Op vijftienjarige leeftijd gaat hij in Keulen theologie en wijsbegeerte studeren. In 1543 treedt hij als eerste Nederlander toe tot de pas opgerichte Sociëteit van Jezus, de orde van de jezuïeten. In 1549 legt hij zijn kloostergelofte af.
In hetzelfde jaar promoveert hij aan de universiteit van Bologna in de theologie. Hij zet in verschillende Europese steden jezuïetencolleges (scholen) op en is professor aan de universiteit van Ingolstadt, hofprediker in Wenen en Innsbruck, provinciaal van de jezuïeten in Augsburg en superior in Fribourg (CH). In laatstgenoemde stad overlijdt hij in 1597.
Petrus Canisius wordt uitgezonden naar het Concilie van Trente. Dit concilie is verbonden met de Contrareformatie, een belangrijke vernieuwingsbeweging in de Katholieke Kerk. De jezuïeten spelen hierbij een belangrijke rol en willen duidelijkheid scheppen omtrent de katholieke leer.
Het beroemdste boek van Petrus Canisius is de catechismus (1554), waarin de grondbeginselen van de kerkleer worden verklaard in de vorm van vragen en antwoorden. De catechismus was bestemd voor het godsdienstonderwijs. Tot halverwege de twintigste eeuw is er in parochies en op katholieke scholen gebruik van gemaakt.
In 1925 is Petrus Canisius door paus Pius XI heilig verklaard en kreeg hij de titel kerkleraar. Enkele relieken worden bewaard in de aan hem gewijde kerk te Nijmegen.
De afbeelding
Petrus Canisius zit met de catechismus op schoot uitleg te geven aan vier kinderen, die op houten bankjes zitten. Het achterste kind, een meisje, is ouder dan de andere drie en zou ook een jongvolwassene kunnen zijn. Twee jongens, beiden op de rug gezien, luisteren aandachtig. Een van hen houdt een catechismusboek in de hand. Het meisje op de voorgrond houdt zich afzijdig en leest in haar eigen boek.
De voorstelling van Petrus Canisius die jonge leerlingen de catechismus verklaart, komt in de kunstgeschiedenis vaker voor. Minder gangbaar is de herdershond die aan de voeten van het voorste meisje ligt. Het dier, met de oren gespitst en de blik op de toeschouwer gericht, verwijst naar de naam van de heilige (kanis = hond).
Op de achtergrond is het stadsbeeld van Nijmegen te zien: de Stevenstoren met de Kerkboog. Het embleem hierboven is van de jezuïetenorde: een stralende zon met daarin de letters IHS (een samentrekking van IHESUS = Jezus in het Grieks).
Boven de H staat een kruis; het teken eronder bestaat uit drie spijkers.
De Latijnse tekst onderaan verwoordt de verdiensten van Petrus Canisius voor het katholicisme: Petrus Canisius, Strenuus Catholicae Veritatis Propugnator et doctor universalis Ecclesiae (Petrus Canisius, volhardend voorvechter van de katholieke waarheid en universeel kerkleraar).
Het tafereel wordt omgeven door witte en lichtgele glasruitjes in rechthoekvorm.
volgende : Jozef
vorige : kruisoffer en eucharistie