Bernadettekerk Spoordonk

Jozef in Egypte duidt dromen van farao


Plaats in de kerk : links in middenschip vierde raam linkerdeel
Ontwerp : Jules Rummens; uitvoering Atelier Soentjes

Het verhaal

Jakob woont met zijn twaalf zonen in KanaƤn. Elke dag gaan de jongens op pad om de kudde te hoeden. Jozef, een van hen, is een jongen met filosofische aanleg. Hij is nieuwsgierig naar het hoe en waarom van de dingen in het leven. Zijn broers ergeren zich vaak daarover. Onderweg met de kudde komt het tot onenigheid en woedend gooien zij Jozef in een put. Een zwaar beladen karavaan is in aantocht. De jongens besluiten Jozef uit de put te halen en te verkopen aan de karavaankooplieden. Thuisgekomen melden de broers aan hun vader, dat Jozef aangevallen en gedood is door een wild dier. Als bewijs tonen zij het overkleed van Jozef, dat zij besmeurd hebben met schapenbloed.

De kooplieden brengen Jozef naar Egypte en verkopen hem aan Potifar, commandant van de lijfwacht van de farao. Potifar is zeer ingenomen met Jozef, die zijn vertrouweling wordt. Op een dag probeert de vrouw van Potifar Jozef te verleiden. Die gaat niet in op haar avances. Uit woede over de afwijzing beschuldigt zij Jozef ervan haar te hebben lastiggevallen. Potifar arresteert Jozef en gooit hem in het gevang. Twee medegevangenen, de voormalige schenker en bakker aan het hof van de farao, hebben op een nacht een vreemde droom. Zij kunnen die niet duiden. Jozef aanhoort hen en duidt hun dromen. De schenker en bakker worden weer in genade aangenomen door de farao.

Op een morgen heeft de farao een droomuitlegger nodig, omdat de betekenis van zijn nachtelijke droom hem bezig blijft houden en maar niet duidelijk wordt. De schenker herinnert zich de gevangene Jozef. Deze wordt voor de farao geleid die hem zijn droom vertelt. Jozef geeft betekenis aan de droom. Vanaf dat moment is Jozef de vaste droomuitlegger.

De afbeelding

De farao is herkenbaar aan zijn hoofdtooi, zoals hij doorgaans afgebeeld wordt. Hij zit op zijn troon; hiervoor ligt een vloerkleed als loper waarop een bezoeker kan knielen. Links en rechts staan leden van zijn hofhouding. De weelderig geklede vrouw naast Jozef zou de echtgenote van de farao kunnen zijn. Ieders blik is gericht op de jongeman in zijn groene kledij met blauwe mantel, Jozef. De farao maakt een uitnodigend gebaar naar hem toe om te spreken. Jozef is daartoe bereid zo te zien. Hij maakt een zelfverzekerde indruk. Hij staat met gespreide benen stevig op de troonloper. Zijn handgebaren ondersteunen de droomuitleg. De omstanders kijken meewarig, nieuwsgierig, sceptisch. Op de achtergrond staan gebouwen en palmen.

In de spits tussen de twee afbeeldingen in is een engelkopje in blauw en gele tinten te zien.

meer informatie :

volgende : Bernadette voor kerkelijke rechtbank

vorige : Eerste wonder ; genezig van een kind