St. Lambertus Gemonde

het Laatste Avondmaal


Plaats in de kerk: apsis priesterkoor, middenvenster
Wilhelm Derix, Goch, Duitsland, 1926-1927
Gesigneerd: Päpstliche Hofglasmalerei W. Derix Goch Kevelaer

Het verhaal

Afgebeeld is het Laatste Avondmaal, dat wil zeggen de laatste maaltijd die Jezus met zijn volgelingen, de twaalf apostelen, nuttigde voordat hij werd gekruisigd. Hij stelde die avond brood en wijn gelijk aan zijn lichaam en bloed. Hij voorvoelde dat hij zou sterven, maar ook dat zijn dood de mensheid dichter bij God kon brengen en daarom was hij bereid zichzelf te offeren.

De Katholieke Kerk beschouwt het Laatste Avondmaal als de ‘instelling van de H. Eucharistie’. De eucharistie is een sacrament waarbij de gelovigen de aanwezigheid van Jezus Christus ervaren, hem gedenken en eren. De priester herhaalt hierbij de woorden van Jezus. Bij het breken van het brood zegt hij: “Dit is mijn lichaam dat voor u wordt gegeven.” En bij het tonen van de kelk zegt hij: “Dit is de beker van mijn bloed dat voor u wordt vergoten.” Het ingezegende brood wordt uitgedeeld aan de gelovigen zoals Jezus het aan de apostelen uitdeelde.

De afbeelding

Jezus is hier nadrukkelijk als priester afgebeeld. Hij deelt de geconsacreerde hostie (rond schijfje ingezegend brood) uit aan zijn twaalf volgelingen, de apostelen. Deze wijze van uitbeelden versterkt de betekenis van het Laatste Avondmaal als ‘instelling van de eucharistie’.

Jezus’ meest dierbare apostel Johannes, herkenbaar aan zijn gladgeschoren gezicht, knielt vóór hem op de grond om de hostie in ontvangst te nemen. Vijf anderen zitten en staan achter een tafel. Petrus – rechts – is te herkennen aan zijn witgrijze, krullende haar en korte baard. De kunstenaar zag geen mogelijkheid de twaalf apostelen allemaal af te beelden in het smalle venster. Boven de hoofden van de apostelen hangt een koperen kroonluchter met brandende kaarsen.

De bekroning van de scène is hier niet louter architecturaal, maar completeert het tafereel tot Drie-eenheid. Dat wil zeggen dat de zoon (Jezus) gezelschap krijgt van de Vader (God) en de Heilige Geest.

God de Vader, de eerste persoon van de Drie-eenheid, is een patriarchale man met lang golvend haar en dito baard. Hij kijkt naar beneden en heft zijn handen op. Zijn hoofd is omgeven door een ronde én een driehoekige nimbus. Deze laatste is aan hem voorbehouden en symboliseert de Drie-eenheid.

Pal voor hem zweeft de duif met gespreide vleugels, symbool van de Heilige Geest, oplichtend in een goudgele aureool met een krans van wolkjes eromheen. Onderin staan de Latijnse woorden ‘HOC EST CORPUS MEUM’. (Dit is mijn lichaam.)

Het onderste segment van het raam toont een pelikaan die in zijn borst pikt, zodat het bloed tot voedsel dient voor zijn jongen. Dit is een bekend symbool van Jezus Christus, die zijn lichaam en bloed offert voor het zielenheil van de mensheid.

meer informatie :

volgende : Verrijzenis
vorige : de Wijzen uit het Oosten