St.Willibrorduskerk Heeswijk

Herman Jozef


Plaats in de kerk: priesterkoor, apsis, rechtervenster
Frans Nicolas en Zonen, Roermond, 1906

Het verhaal

Herman Jozef van Steinfeld wordt geboren rond 1150. Als vrome jongeling reikt hij een beeld van het kind Jezus een appel aan. Jezus neemt het geschenk aan. Dit wonder is in de kunst vaak uitgebeeld.

Hij voelt zich aangetrokken door het kloosterleven en treedt op twaalfjarige leeftijd in bij de norbertijnen in Steinfeld. Zijn huishoudelijke taken vallen hem zwaar, want liever wil hij meer tijd hebben om te bidden. Het verhaal gaat dat Maria hem in een droom heeft ingefluisterd dat werken ook bidden is. Herman Jozef staat bekend om zijn devotie tot Maria, de moeder van Jezus.

Zij zou aan hem zijn verschenen om zich op mystieke wijze met hem te verloven. Hieraan dankt hij zijn bijnaam Jozef, zoals immers de echtgenoot van Maria heette. Herman Jozef overlijdt in de eerste helft van de dertiende eeuw, waarschijnlijk in 1241. De aanwezigheid van deze norbertijner heilige op het raam houdt verband met de betekenis van de norbertijnen voor Heeswijk en de Willibrorduskerk (waarvan zij het patronaatsrecht bezaten). De abdij van Berne ligt vlakbij de St.-Willibrorduskerk.

Hoewel al heel lang als heilige vereerd, wordt Herman Jozef pas officieel heilig verklaard in 1958 door paus Pius XII.

De afbeelding

Het raam spiegelt min of meer de compositie van het Heilig-Hartraam, links in de apsis. Daar knielt Margaretha Maria Alacoque voor Jezus, hier knielt Herman Jozef voor Maria met kind.

Herman Jozef biedt het kind Jezus een appel aan, zoals het verhaal gaat. De vrome jongeman draagt een met goudbrokaat afgezet paars hemd over een strakke, rode broek. Aan zijn ceintuur hangt een rode weitas met siersluiting. Om zijn hoofd is een nimbus (stralenkrans als teken van heiligheid) te zien.

Achter zijn rug staat een vaas met witte en rode rozen, verwijzend naar zuiverheid en passie (lijden), en een grote koperen kandelaar met brandende kaars. Voor hem ligt op de grond een opengeslagen boek.

Herman Jozef kijkt eerbiedig naar de Moeder Gods en het kind op haar schoot. Maria zit op een troon, zij is gekroond en draagt een rood gewaad met rijke versiering van goudbrokaat. Over haar schoot ligt een blauwe manteldoek met op de bies een gouden bladmotief. Op deze doek zit haar kind Jezus. Een nimbus omgeeft haar hoofd.

Maria kijkt omlaag naar de appel die Jezus aangeboden krijgt. Om het lijfje van het kind is een witte doek gewonden. Het bovenlichaam is onbedekt. Om het hoofdje met kort golvend haar is een kruisnimbus te zien. Curieus is de bodem met graspol en bloemen bij de voeten van Maria, omdat het tafereel zich duidelijk in een interieur afspeelt.

De scène wordt onder en boven begrensd door architecturale motieven in gotische stijl. In de vierpas, helemaal boven in het venster, zijn gestileerde versieringen aangebracht, onder andere witte en rode bloemmotieven.

meer informatie :

volgende : Cunera
vorige : Cunera en Willibrordus