Cunera
Plaats in de kerk: rechts in een van de kapellen waar zich vroeger zijaltaren bevonden
atelier Frans Nicolas en Zonen, 1907
Het verhaal
Cunera is volgens overlevering een koningsdochter, wat de kroon verklaart waarmee zij getooid is. Zij is gestorven in 454, niet vanwege haar geloof, maar door een afgunstige koningin.
Haar vader Aurelius is koning van de Orkneys, een eilandengroep in Schotland. Vanuit die contreien reizen veel predikers af naar het vasteland om het christendom te verspreiden. Vaak reizen jonge, gelovige vrouwen mee in hun gevolg. Cunera is één van hen. Zij sluit zich aan bij Ursula, die volgens de legende een Engelse koningsdochter was.
De vrouwen onder leiding van Ursula arriveren na een Rome-reis in Keulen, dat zojuist is overweldigd door de Hunnen, die er een bloedbad aanrichten. Ursula en haar gezellinnen worden vermoord, behalve Cunera, voor wie er redding komt van de koning der Friezen, Radbod. Hij neemt Cunera onder zijn hoede en brengt haar naar zijn paleis in Rhenen.
De vriendelijke en hulpvaardige Cunera krijgt een koninklijke behandeling van Radbod, wat de koningin afgunstig maakt. Als de koning van huis is om te jagen, ziet zij haar kans schoon en wurgt Cunera met de hulp van haar kamenierster. Zij begraven het lijk in de stal.
Als de koning terugkeert, weigeren de paarden de stal in te gaan. Er wordt een onderzoek ingesteld en het lijk wordt ontdekt. De koningin beneemt zich het leven en de kamenierster krijgt de doodstraf door verbranding.
De Utrechtse bisschop Willibrord laat Cunera drie eeuwen later bijzetten, waardoor Rhenen bedevaartgangers trekt. Als de Cunerakerk tijdens de Reformatie door de protestanten wordt ingenomen, verhuizen de relieken van de heilige onder andere naar Bedaf. De kerk in Heeswijk krijgt het reliek uit Bedaf in 1784..
De afbeelding
De wurging van Cunera vindt plaats nabij het paleis, waarvan op de achtergrond de pilaren zichtbaar zijn. De koningin pleegt de moord samen met haar kamenierster. Ze trekt het koord om Cuneras hals strak, met een venijnig gezicht. De kamenierster grijpt het slachtoffer van achteren bij de schouder en trekt ook aan het koord. Cuneras blik en gebaren drukken machteloosheid uit, verweer is niet meer mogelijk. De kleding van beide gekroonde vrouwen is koninklijk.
Cunera onderscheidt zich als heilige door haar nimbus, de lichtkrans om haar hoofd.
Boven in het raam is in een stralenkrans een gouden kroon aangebracht met erdoorheen twee palmtakken, symbool van het martelaarschap.
meer informatie :
volgende : Maria litanie
vorige : Herman Jozef