de aanbidding van de herders
Plaats in de kerk: links in apsis priesterkoor
Atelier F. Nicolas en Zonen, 1903
Het verhaal
Jozef reist met zijn zwangere vrouw Maria vanuit Nazareth naar Bethlehem, omdat hij zich volgens een besluit van keizer Augustus moet laten registreren in zijn geboorteplaats. In Bethlehem blijkt in de herberg geen plaats voor hen en daarom bevalt Maria in een stal van haar kind.
In de omgeving bevinden zich herders, die in de nachtelijke uren waken bij hun kudde op het veld. Zij worden bezocht door een engel Gods en schrikken hevig. Maar de engel blijkt gekomen om het goede nieuws te brengen dat in de 'stad van David' een redder is geboren, door God gezonden met een hoopvolle boodschap voor de mensheid.
Volgens de engel zullen de herders het pasgeboren kind vinden gewikkeld in doeken en liggend in een kribbe. Zij spoeden zich naar Bethlehem en vinden daar Maria, Jozef en het kind, zoals de engel heeft gezegd. Zij vertellen wat hun is overkomen en iedereen die het hoort is verwonderd.
Na acht dagen, bij zijn besnijdenis, krijgt het kind de naam Jezus.
De afbeelding
Rechts zit Maria met het pasgeboren kind op haar schoot. De in het verhaal genoemde kribbe is niet afgebeeld. Jozef, met staf, is al wat ouder en heeft een lange baard. Achter de herders, in het linkerdeel van het venster, zien we een os en ezel.
De os en de ezel verwijzen naar een profetie in het Bijbelboek Jesaja. God waarschuwt daar het joodse volk: "Ik heb mijn kinderen opgevoed en grootgebracht, maar ze zijn tegen mij in opstand gekomen. Een rund herkent zijn meester, een ezel kent zijn voederbak, maar Israël mist elk inzicht, mijn volk leeft in onwetendheid."
Naar aanleiding van deze tekst voegde men de os en de ezel toe aan de geboortescène om ons eraan te herinneren dat beesten vaak trouwer zijn dan mensen. Men dacht aan nog iets anders: de os werd beschouwd als een rein dier en de ezel als onrein. Hun aanwezigheid maakte duidelijk dat zowel het reine volk (joden/de herders) als het onreine volk (heidenen/de magiërs) Jezus erkende als zijn nieuwe Heer.
Ook de korenaren op de grond, vlak voor Maria, duiden op de plaats van handeling. De pijler is misschien een toespeling op het paleis van koning David, dat zich te Bethlehem bevond. Ook in andere kunstwerken fungeert een restant van dit paleis als de stal waarin Jezus wordt geboren. Via de architectuur wordt zo een verbinding gelegd met David, die volgens de Bijbel een voorvader van Jezus was. Links bevinden zich drie herders. Twee van hen knielen in aanbidding voor het kind neer, een derde staat hierachter met een lam als gift.
Boven de geboortescène zweven twee engelen op wolkjes. Dat het een nachtelijk tafereel betreft, is te zien aan de sterrenhemel.
In de rozet helemaal boven in het venster houdt een engel een spreukband voor zich met het opschrift 'Gloria In Excelsis Deo', eer aan God in de hemel. Deze engel wordt omringd door leliebladeren, een symbool van onschuld en zuiverheid.
meer informatie :
- kerstverhaal in de nieuwe bijbelvertaling
- raam over geboorte van Jezus in kerk van Demen
- raam over aanbidding van de herders in kerk van Dinther
- raam over de geboorte van Jezus in kerk van Gemonde
- 2e raam over de geboorte van Jezus in kerk van Gemonde
- raam over de geboorte van Jezus in klooster Haren
- raam over aanbidding van de herders in kerk van Herpen
- raam over geboorte van Jezus in kerk van Huisseling
- raam over aanbidding van de herders in kerk van Lith
volgende : het Laatste Avondmaal
vorige : de verering van Willibrordus