St.Lambertuskerk Huisseling

Kerstmis


Plaats in de kerk: priesterkoor, apsis, tweede venster van links
F. Nicolas & Zonen, ca. 1913

Het verhaal

Jozef reist met zijn zwangere vrouw Maria vanuit Nazareth naar Bethlehem, omdat hij zich volgens een besluit van keizer Augustus moet laten registreren in de plaats waar hij vandaan komt. In Bethlehem blijkt in de herberg geen plaats voor hen en daarom bevalt Maria in een stal van haar kind.

In de omgeving bevinden zich herders, die in de nachtelijke uren waken bij hun kudde op het veld. Zij worden bezocht door een engel Gods en schrikken hevig. Maar de engel blijkt gekomen om het goede nieuws te brengen dat in de ‘stad van David’ een redder is geboren, door God gezonden met een hoopvolle boodschap voor de mensheid. Volgens de engel zullen zij het pasgeboren kind vinden gewikkeld in doeken en liggend in een kribbe.

De herders spoeden zich naar Bethlehem en vinden daar Maria, Jozef en het kind, zoals de engel heeft gezegd. Zij vertellen wat hun is overkomen en iedereen die het hoort is verwonderd. Na acht dagen, bij zijn besnijdenis, krijgt het kind de naam Jezus.

De afbeelding

Afgebeeld zijn Maria en Jozef die zich liefdevol bekommeren om hun pasgeboren zoon Jezus, zonder aanwezigheid van de herders, die nog op bezoek zullen komen. Maria knielt en houdt haar handen beschermend boven het kind, dat op een doek ligt in de met stro gevulde kribbe. Zij draagt een witte hoofdsluier. Een roodgevoerde, witte mantel hangt losjes over haar schouders en linkerarm. Haar blauwe gewaad is hierdoor goed zichtbaar.

Jozef staat achter de kribbe en licht bij met een lantaarn. Hij draagt stevige laarzen en kleurrijke kleding: een goudbruine mantel, roodgevoerd, over een paars gewaad waarop onderaan een brede sierband is vastgezet. Een witte sluier heeft hij om zijn hoofd en schouders gedrapeerd. Jozef is een wat oudere man, wat te zien is aan de lange grijze baard. In zijn linkerhand heeft hij een reisstaf en aan zijn heup hangt een tas.

Zowel Maria, Jozef als Jezus hebben een nimbus (stralenkrans) om het hoofd. Bij Jezus is er een kruis in aangebracht als teken van zijn latere lijden en sterven. Om zijn belangrijke rol nog meer te benadrukken verschijnt er bovendien een lichtkrans aan het hoofdeinde van de kribbe.

Van achter een gevlochten afscheiding kijken de os en de ezel toe, dieren die zelden ontbreken bij de kerstscène. De os werd beschouwd als een rein dier en de ezel als onrein. Hun aanwezigheid maakte duidelijk dat zowel het reine volk (joden/de herders) als het onreine volk (heidenen/de magiërs) Jezus erkende als zijn nieuwe Heer.

De stal zou gesitueerd zijn in een ruïne van het paleis van koning David, een voorvader van Jezus. Hier zien we een ruïne met onder andere een gotisch kruisribgewelf en daarachter afgebrokkeld muurwerk in romaanse stijl.

Aan de nachtelijke hemel staan sterren. Eén ster is beduidend groter: de ster van Bethlehem, die de drie magiërs uit het oosten naar de pasgeboren Verlosser zal leiden.

meer informatie :

volgende : Goede Vrijdag

vorige : Maria Boodschap